Torenklokken Petruskerk

De klokken in de toren van de Petruskerk hangen op de vierde zolder. De klokkenzolder is de meest tochtige; het geluid moet zich immers ongehinderd kunnen verspreiden. Bij het luiden beweegt niet de klepel, maar de klok. Het eikenhout van de klokkenstoel is bij de restauratie van 1990 gerenoveerd.
Eén oorspronkelijke balk is nog aanwezig; daarin is in het schrift van die tijd het jaartal 1549 gekerfd.
Op de klokkenzolder bevinden zich vier klokken: drie grote luidklokken en een klein klokje.

Hieronder worden ze van rechts naar links beschreven.

 

De oudste luidklok, de Hylwaris-klok (Hilvarenbeek is Hyl(de)waris beke), is in 1541 gegoten door Jan Waghevens uit Mechelen; hierop vinden we een medaillon van Sint Jan de Doper. Deze klok was de zogenaamde brandklok.

De tweede klok, de voormalige tiendklok, is in 1737 gegoten door Joris Dumery, die gehuwd was met de Beekse Maria d’Hondt. Ze zullen elkaar in Antwerpen ontmoet hebben, waar haar broer als uurwerkmaker werkzaam was.

Wat een tiendklok precies is, is niet duidelijk. Het gaat ofwel om een klok die werd geluid om de mensen op te roepen de belastingen - de tienden – te betalen, ofwel is het de klok die door de tiendheffers werd betaald. Een elektronisch te bedienen hamer geeft via deze klok het aantal hele uren aan. 

De derde luidklok is de meest recente. Hij stamt uit 1980 en is gegoten bij de firma Petit en Fritsen uit Aarle Rixtel.
Op het eind van de oorlog vorderde de bezetter de klokken - ook die van het carillon - en voerde ze af om tot kanonnen te worden omgesmolten. Na de oorlog konden twee van de hierboven genoemde klokken worden opgespoord; de Duitsers hielden een nauwkeurige administratie bij. De derde grote luidklok is waarschijnlijk omgesmolten. 

Wijlen pastoor Kees Manders heeft een nieuwe klok geschonken, die zijn naam draagt: Kees
Daarom heeft de klok het opschrift: Cornelis quod est nomen pastoris, d.w.z. De pastoor heet Kees.

 

De alleroudste klok is het Johanna van Brabant-klokje, dat in 1536 door Jasper Moer is gegoten.  


Iedere avond omstreeks 21.00 uur wordt het (tegenwoordig mechanisch) geluid ter herinnering aan hertogin Johanna van Brabant. In 1390 trok ze door onze streken, maar ze bleef met haar wagen vastzitten in het veen van De Donk. De boeren van de Westrik bevrijdden haar uit deze benarde positie. 

De nachtmis met Kerstmis wordt nog altijd tot haar nagedachtenis opgedragen.

Hierboven het beeldje van Johanna van Brabant in het bungalowpark te Hilvarenbeek. Rechts emeritus pastoor Cees Remmers.

Meer informatie over klokken en klokkengieters is o.a. te vinden op www.carillon-museum.nl.  

Opname op You Tube van de kerklokken in de Petruskerk
De 16-jarige havoscholier Leander Schoormans uit Breda heeft wel een heel speciale hobby. Hij reist stad en land af om om het geluid van zoveel mogelijk kerkklokken op te nemen en die te documenteren. Hij vindt het jammer dat het klokgelui verdwijnt, nu er hoe langer hoe meer kerken dichtgaan.

Met een microfoon neemt hij het geluid op en het op-en-neer gaan van de klokken legt hij op video vast. Alle details, zoals de tekst op de klokken, documenteert hij.

Klokgelui roept bij hem een euforisch gevoel op. Gelovig is hij niet; hij komt alleen naar de kerk voor de klokken...

Bron: een artikel van Jeroen Ketelaars uit het Brabants Dagblad van 7 december 2015.

Klokken van de Sint-Petruskerk

Gebruik van de klokken
Velen horen het verschil tussen de drie grote klokken in de toren van de Petruskerk en het klokje in de in 2017 gerestaureerde vieringtoren. Dat wordt geluid na een doop of avondwake, en soms bij een gildeviering of de kinderkerstviering.

Bij elke andere viering klinken de klokken in de hoge toren.

Daags voor een uitvaart wordt er om 11.00 uur ‘voorgeluid’; na afloop wordt de overledene traditiegetrouw ‘uitgeluid’.

De ‘donkere’ klok in de toren laat zich horen op 4 mei, bij de dodenherdenking. Vanaf de binnenplaats van het gemeentehuis trekt dan de stille tocht naar het Phoenixmonumentje bij de Rabobank.

Om ons te herinneren aan de jaarwisseling luidt de kostersgroep van de Petruskerk rond middernacht het oude jaar uit en het nieuwe in. 

Alle kerkklokken hangen tussen Goede Vrijdag en Pasen stil in hun torens. Vroeger sprak men wel van ‘zwijgende klokken’. Met Pasen luiden ze weer in volle glorie als ‘de klokken van Rome’, voor kinderen het sein paaseieren te gaan zoeken...

Kortom, onze kerkklokken maken en houden ons wakker, waardoor we - ongemerkt - lief en leed met elkaar delen!